Naar een beter recept voor wedstrijdcultuur - debat rond toekomstgerichte architectuurwedstrijden

Activiteiten

schedule do. 23 apr. 16:00

place M HKA Leuvenstraat 32, 2000 Antwerpen

Werp samen met BVA een verfrissende blik op de architectuurwedstrijdcultuur!

Wedstrijden organiseren is evenzeer een métier als eraan deelnemen. Wat als we even over elkaars schouders kijken en leren van het kunnen van de andere partijen om zo tot een aantal gedeelde inzichten te komen, maar ook om inspiratie op te doen om tot innovatie te komen in wedstrijdprocedures?

De bedoeling van dit gesprek is om het debat rond kwalitatieve wedstrijden open te trekken, om daadwerkelijk voeling te krijgen met élke rol rond de tafel! Hoe kunnen we samen innovatie binnen procedures organiseren zodat er voor elke actor een win te vinden is?

  • Wat als we tijdens een wedstrijdprocedure de kans krijgen om met de bouwheer te praten?
  • Wat als we op voorhand weten dat we slechts één van – gebruikelijke – thema’s ‘all the way’ mogen gaan?
  • Wat als samenwerkingen tussen bureaus ontstaan en cours de route van een proces?
  • Wat als een interview met de opdrachtgever samen met een beperkte opgave daags op voorhand voldoende kan zijn?
  • ...

Voor dit debat brengt BVA bewust eens géén architecten samen, maar wel andere boeiende en relevante actoren die elk vanuit hun eigen rol betrokken zijn bij het proces van een architectuurwedstrijd.

Het panel zal bestaan uit:

  • Wilma Kempinga (Stichting Mevrouw Meijer; cfr. Vernieuwende aanpak organisatie architectuurwedstrijden)
  • Philippe Teughels (ontwikkelaar Van Roey Vastgoed)
  • Sofie D'Hulst (aannemer dhulst')
  • Tine Vandepaer (Team BMA)
  • Bart Canfyn (Projectregie, -ontwikkeling)

Glenn Lyppens zal het gesprek scherp begeleiden en de panelleden uitnodigen om vanuit hun uiteenlopende perspectieven kritisch én toekomstgericht mee te denken over een sterker recept voor een toekomstbestendige wedstrijdcultuur.

Tania Hertveld van het Team Vlaams Bouwmeester zal zorgen voor een wrap-up.

Voor wie?

Architecten en ontwerpteams, publieke en private opdrachtgevers, beleidsmakers, bouwmeesters, ontwikkelaars en iedereen die mee wil nadenken over eerlijke, toekomstgerichte wedstrijdprocedures.

Wanneer?

We verwelkomen je graag op donderdag 23/04 vanaf 16u00 in het kleine auditorium van het M HKA voor het debat. Vanaf 18u is iedereen van harte uitgenodigd om met een glaasje na te praten op het dakterras van het M HKA Café.

Je inschrijving geeft bovendien recht op een gratis voorafgaand museumbezoek (vanaf 14u).

Met steun van

Foto's

Verslag

Op donderdag 23 april organiseerde BVA een debatavond over de wedstrijdcultuur binnen de Belgische architectuur. Het panel bracht uiteenlopende stemmen samen uit zowel de praktijk als de beleidswereld. De inleiding door Wilma Kempinga, partner bij stichting Mevrouw Meijer, zette meteen de toon. Haar toelichting over de werking van de stichting, die zich inzet voor de optimalisatie van Nederlandse schoolgebouwen via een aanpak geïnspireerd op het Belgische Open Oproep-systeem, introduceerde thema’s als transparantie en dialoog. Deze twee verworven zich tot rode draad van de avond.

Ambiguïteit

Het eerste blok van het debat vertrok vanuit de vraag of architecten weleens ambiguïteit ervaren in de opdracht. Het aanwezige publiek, desondanks de overheersende instemming, klonk tegenstrijdig. Naast het merendeel van de aanwezigen dat ja zei, klonken er toch stemmen die zeiden dat ze de opdrachten als te scherp ervaren, zonder ruimte voor creatieve interpretaties. Deze schijnbare tegenstelling legt echter een fundamenteler probleem bloot: er bestaat geen eenduidige verwachting over wat een architectuurwedstrijd precies moet zijn, oftewel: het verscheidene scala aan vormen van architectuurwedstrijden zijn nog niet genoeg afgebakend. Moet de nadruk liggen op een scherp afgelijnde vraag vanuit de opdrachtgever, gebaseerd op grondig vooronderzoek? Of ligt er net een rol voor de architect om via ontwerpend onderzoek die vraag verder te definiëren? Dit zijn vragen die op voorhand duidelijk gecommuniceerd dienen te worden om een overzicht over deze wildgroei te behouden.

De aanpak van Mevrouw Meijer suggereert een mogelijks interessant derde spoor. Door meerdere ontwerpers parallel te laten werken in een open en transparant proces, ontstaat een vorm van collectief ontwerpend onderzoek. Het feit dat ontwerpers inzicht krijgen in elkaars werk, verschuift het competitie-element gedeeltelijk naar een leermodel. Dit staat in schril contrast met de eerder gesloten wedstrijdcultuur in België. Transparantie is dus niet alleen een ethische keuze, maar kan ook een inhoudelijke meerwaarde bieden.

Dialoog

In het tweede deel van het debat kwamen samenwerking, dialoog en tijd aan bod. Hoewel het belang van dialoog breed werd erkend, werd ook duidelijk hoe moeilijk deze in de praktijk te realiseren is. De concurrentiedialoog, zowat de enige formele ruimte voor interactie binnen het huidige systeem, werd tegelijk naar voren geschoven én bekritiseerd omwille van haar complexiteit en tijdsintensiteit. Hier lijkt zich een bredere maatschappelijke logica op te dringen waarin tijd en efficiëntie primeren op kwaliteit. Het vaak gehanteerde principe “time is money” vertaalt zich in procedures die weinig ruimte laten voor duurzame conversaties. Dit staat haaks op het idee dat een wedstrijd in essentie een samenwerking is, waarin niet alleen een ontwerp, maar ook een ontwerper wordt gekozen.

Vergoeding en risico

Het derde deel, rond vergoeding en risico, maakte de kloof tussen opdrachtgevers en ontwerpers misschien nog het meest tastbaar. Als ontwerper voelt het problematisch dat aanzienlijke inspanningen in de ontwerpfase vaak onvoldoende of niet worden vergoed. Dit zet druk op bureaus om veel te investeren met een onzekere uitkomst. Dit is geen duurzame basis voor de ontwerpende partij. Tegelijk werd vanuit opdrachtgevers aangegeven dat ook zij met beperkte middelen werken en vaak geen besef hebben van de omvang van het werk geleverd door de bureaus. Dit wederzijds onbegrip wijst op een structureel probleem, waarin niet alleen de actoren, maar ook het bredere beleidskader een rol speelt. Opvallend was ook dat de rol van de Vlaams en Brussels Bouwmeester hierin nog niet werd bevraagd.

De avond maakte duidelijk dat dialoog vaak wordt aangehaald als oplossing, maar zelden wordt doorvertaald naar concrete actie. Oprechte dialoog impliceert niet alleen luisteren, maar ook het in vraag stellen van bestaande praktijken. In dat opzicht ligt er enerzijds een verantwoordelijkheid bij architecten zelf. Het blijft problematisch dat wedstrijden worden aanvaard onder voorwaarden die men tegelijk bekritiseert. Zolang die houding niet verandert, blijft het systeem zichzelf in stand houden. Anderzijds is het ook aan de opdrachtgevers om het gesprek meer aan te gaan en in de naam van duurzaamheid bedachtzaam met het “time is money” principe.

Hoop voor de toekomst

Tegelijk stemde de samenstelling van het publiek hoopvol. De aanwezigheid van zowel opdrachtgevers als ontwerpers, en de bereidheid om naar elkaar te luisteren, tonen dat er wel degelijk ruimte is voor verandering. Als die dialoog verder wordt verdiept en gekoppeld aan duidelijke keuzes en verantwoordelijkheden - zoals misschien een verantwoordelijkheid bij Vlaams en Brussels Bouwmeester om actief bij de politiek subsidies vrij te maken voor een wedstrijdvergoeding in evenwicht met het geleverde werk - lijkt een meer toekomstgerichte en kwalitatieve wedstrijdcultuur zeker haalbaar.

Deze activiteit krijgt wellicht nog een 'wordt vervolgd...' we houden je op de hoogte!

(Verslag: Wannes Derycke)