Over culturele duurzaamheid, kwaliteit en het gedeelde vakmanschap van morgen
Toen b0b Van Reeth (1943–2025) overleed, verloor Vlaanderen niet alleen een groot architect, maar ook een leermeester en een bouwer van cultuur. Zijn invloed ligt niet uitsluitend in iconische projecten, maar evenzeer in de manier waarop hij—als eerste Vlaamse Bouwmeester—kwaliteit organiseerde: via transparante procedures, via debat, via voorbeeldgedrag van de overheid als opdrachtgever, en via een professionele ethiek die duurzaamheid niet verengt tot techniek, maar verbindt met samenleving en betekenis. (VAi)
Rond diezelfde kern cirkelen de teksten van Marc Santens, die gedurende zes jaar adjunct Vlaams Bouwmeester was onder b0b Van Reeth (en Marcel Smets). Santens definieert duurzaamheid als partnerschap in collectieve verantwoordelijkheid. Hij formuleert zijn visie tegelijk boegelijk eenvoudig en veeleisend: “Oplossen is antwoorden delen in plaats van ze te personaliseren.” In één zin maakt hij duidelijk waar het schuurt én waar het begint: bij het delen van kennis, bij het samen dragen van vragen, bij het werken aan een gemeenschappelijk kompas.
Vandaag, anno 2026 is Santens' tekst “De toekomst maken zonder der te hypothekeren" opvallend “actueel”. Dat is geen toeval. Sinds de Davos-verklaring (2018)—die oproept tot een geïntegreerde, cultuurgedreven benadering van onze gebouwde omgeving—kreeg het begrip Baukultur (in het Nederlands ook wel vertaald als: bouwcultuur) een expliciet Europees en internationaal kader. (culture.ec.europa.eu) Op 16 januari 2023, werd bovendien de Davos Baukultur Alliance gelanceerd met als doel de samenwerking tussen overheid, private sector en middenveld rond “hoogwaardige Baukultur” te versterken. (ICCROM). Maar wie Santens en b0b herleest, merkt iets bijzonders: veel van wat Davos later scherp formuleert, werd in Vlaanderen al eerder gedacht en beproefd — als beroepsethiek, als cultuur van opdrachtgeverschap, als pedagogie, als praktijk.
Wat betekent Baukultur (bouwcultuur) eigenlijk?
Baukultur wordt bewust breed opgevat: ze omvat alle menselijke activiteiten die de gebouwde omgeving veranderen—van erfgoed tot hedendaagse creatie, van ambachtelijke details tot infrastructuur die het landschap mee vormt. Minstens even belangrijk: Baukultur gaat niet alleen over het resultaat (gebouwen en ruimtes), maar ook over de processen die ertoe leiden.
Diezelfde teksten leggen een principiële link met duurzaamheid: omdat Baukultur de hele leefomgeving omvat en gericht is op het algemeen belang, voegt “hoogwaardige Baukultur” een cruciale dimensie toe aan duurzaamheid—namelijk de culturele en maatschappelijke kwaliteit van wat we nalaten.
Baukultur is dus geen nieuw “label”. Het is een taal om te zeggen: bouwen is cultuur—en wie bouwt, draagt verantwoordelijkheid voor identiteit, welzijn, sociale cohesie én toekomstwaarde.
De acht Davos-criteria in één alinea
Om die kwaliteit concreet te maken, werkt het Davos Baukultur Quality System met acht criteria. In het Nederlands kan je ze leesbaar vertalen als:
Bestuur (governance), functionaliteit, milieu, economie, diversiteit, context, geest van de plek (sense of place) en schoonheid. (Lees hier meer.)
Het zijn geen “hokjes”, maar acht vensters om te beoordelen of een plek, een gebouw of een proces werkelijk bijdraagt aan hoogwaardige bouwcultuur.
Waarom b0b en Santens visionair blijken in het Davos-tijdperk
1) Bestuur: kwaliteit ontstaat uit fair proces
Hoogwaardige bouwcultuur vraagt gedeelde verantwoordelijkheid: participatie, zorgvuldige besluitvorming, beheer en langetermijndenken. Santens zegt hetzelfde: duurzaamheid is partnerschap; oplossingen vragen een platform om kennis te delen, denkprocessen te onderbouwen en samenwerking te professionaliseren. b0b maakte dat concreet: hij toonde dat procedure geen bureaucratie hoeft te zijn, maar een kwaliteitsinstrument. (transparantie, billijkheid, verantwoordelijkheid van de bouwheer). (VAi)
2) Functionaliteit: gebruikswaarde, welzijn en gezondheid
Kwaliteit is meer dan “werken”: de gebouwde omgeving moet ook sociale en psychologische behoeften ondersteunen. Santens benoemt de verschuivingen in leefkwaliteit: democratische ontmoetingsplekken, leer- en werkcontexten, gezondheid en rituelen, en architectuur als kader voor verbondenheid. Functionaliteit krijgt zo een rijkere betekenis: menselijke bruikbaarheid door de tijd.
3) Milieu: toekomst maken zonder hypothekeren
In het Baukultur-denken is milieukwaliteit geen losstaand technisch hoofdstuk, maar een kernvoorwaarde van kwaliteit: zorgvuldig omgaan met ruimte, grondstoffen en energie, en ontwerpen met een horizon die verder reikt dan één generatie. Marc Santens verwoordt diezelfde logica scherp en menselijk wanneer hij schrijft over “de toekomst maken zonder deze te hypothekeren”: duurzaam handelen betekent keuzes maken die het handelen van morgen niet blokkeren, maar mogelijk maken. Ook b0b Van Reeths denken sluit daar naadloos bij aan: robuuste gebouwen met een sterke basisstructuur—die later kunnen worden aangepast, hergebruikt en herbestemd—verminderen sloop, verspilling en nood aan steeds nieuwe ingrepen. Milieu wordt zo geen optelsom van maatregelen, maar een vorm van culturele verantwoordelijkheid: bouwen alsof iemand na ons nog verder moet kunnen.
4) Economie: kwaliteit als waarde, niet als luxe
Kwaliteit is niet per definitie duurder; ze kan meerwaarde genereren via welzijn, stabiliteit en aantrekkelijkheid. Santens spreekt in termen van collectieve meerwaarde en vraagt instrumenten die aansluiten bij opdrachtgevers én ontwerpers. Economie wordt dan: maatschappelijk gedragen waardecreatie, niet korte-termijnoptimalisatie.
5) Diversiteit: ruimte maken voor pluraliteit
Davos beklemtoont identiteit en diversiteit als kern van bouwcultuur: standaardisering kan regionale eigenheid en sociale weefsels verarmen.
Santens’ thema’s—migratie, nieuwe samenlevingsvormen, publieke ruimte, rituelen, leerplaatsen—zijn in wezen een programma voor een architectuur die veelheid kan dragen
6) Context: bouwen als continuïteit
Bestaande bouw, erfgoed en hedendaagse creatie vormen één geheel; nieuwe ingrepen moeten voortbouwen op pre-existente kenmerken. Santens stelt dezelfde vraag: hoe kan betrokkenheid op geschiedenis zonder verstarring in louter “monumenten”? In b0b’s nalatenschap is dit herkenbaar als discipline: het gebouw als antwoord op de logica van stad en plek, niet als los object.
7) Geest van de plek: betekenis en identificatie
In Davos is “sense of place” geen romantiek maar een kwaliteit die verbonden is met participatie, herkenbaarheid en verantwoordelijkheid.
Santens spreekt over democratische ontmoetingsplekken en over ruimte voor beleving en rituelen zonder beslotenheid—precies de lagen die een plek gemeengoed maken. Hij koppelt dat aan maatschappelijke ontwikkelingen zoals nieuwe samenlevingsvormen, leren en werken, gezondheid en leefkwaliteit, migratie en een herwaardering van de publieke ruimte als drager van verbondenheid.
8) Schoonheid: een publieke waarde
Schoonheid staat niet tegenover functionaliteit of economie: ze is er een onderdeel van. Santens benoemt de driehoek betaalbaarheid–functionaliteit–schoonheid als fundamenteel debat. Schoonheid is hier geen ornament, maar zorg: het zichtbaar maken van aandacht, maat en samenhang.
Van verklaring naar alliantie, van idee naar beweging
De Davos-verklaring werd in januari 2018 aangenomen door de Europese Ministers van Cultuur en riep op tot een cultuurgedreven kwaliteitsbeleid voor de gebouwde omgeving. (culture.ec.europa.eu)
Daarna werd het kwaliteitsdenken geconcretiseerd in het systeem met acht criteria. (Erklärung von Davos 2018)
In januari 2023 volgde de oprichting van de Davos Baukultur Alliance, als samenwerkingsverband tussen overheid, bedrijfsleven en middenveld om die principes breder te implementeren. (ICCROM)
In dat licht wordt duidelijk waarom b0b Van Reeth en Marc Santens vandaag “visionair” ogen: zij werkten al jaren eerder aan precies die combinatie van kwaliteit + proces + algemeen belang. Wat later internationaal werd benoemd als Baukultur, werd in Vlaanderen al geoefend als bouwmeesterschap, als onderwijs, als beroepsreflectie en als oproep tot gedeelde verantwoordelijkheid.
Slot: hoop als beroepspraktijk
Als Baukultur iets vraagt, dan is het dit: het vak opnieuw begrijpen als een collectieve discipline die ruimtes maakt waar mensen waardig kunnen leven—nu én later. b0b Van Reeth heeft getoond dat je die cultuur kan organiseren. Marc Santens heeft woorden gegeven om ze breed te maken: door kennis te delen, door processen te onderbouwen, en door de toekomst niet als slogan maar als verantwoordelijkheid te behandelen.
Daarin ligt een hoopvolle boodschap voor collega’s in 2026: hoogwaardige bouwcultuur vraagt geen heroïek, maar volgehouden vakmanschap—en de moed om kwaliteit als algemeen belang te blijven verdedigen.
Met dank aan de gedachtewisselingen die ik met Marc mocht hebben via woord en tekst. Zijn zinnen lezen soms als poëzie: compact, geladen, en net daardoor duwen ze het denken vooruit — ook vandaag, nu Baukultur internationaal naam en kader kreeg.
(Text: Thomas Serck (isw met AI), Gent 2 februari 2026)